Zoals men het hier pleegt te zeggen: Humbeek is maar "ne scheet" groot. Sedert enkele jaren is het zelfs geen zelfstandige gemeente meer, maar, net als Beigem en Strombeek, een deelgemeente van Grimbergen, geprangd tussen het Vlaamse Mechelen en het verfranste Brussel. Er zijn ongeveer drieduizend Humbekenaars, grotendeels nog telgen van families die hier al eeuwen wonen. De aangroei van de bevolking is klein, de inwijking eigenlijk verrassend beperkt, gelet op de nabijheid van Brussel. Humbeek heeft in ruime mate zijn landelijk uitzicht behouden en land- en tuinbouw zijn nog belangrijke activiteiten, maar toch mag men niet zeggen dat de gemeente agrarisch ingesteld is. Dat is zelfs al lang niet meer het geval en het is kenmerkend voor Humbeek.
Over de geschiedenis vóór 1000 is weinig te vertellen. Er zou hier een Romeinse villa hebben gestaan, blijkens gevonden voorwerpen, maar dat is alles wat men erover weet. Rond 1000 schonk de Luikse prinsbisschop Notker Humbeek aan het kapittel van Mechelen en dit gaf het in de dertiende eeuw in leen aan de familie Berthout.
Op het einde van deze eeuw ontving Humbeek, samen met Kapelle-op-den-Bos, de vrijheidskeure van de hertog van Brabant. Daardoor kreeg de gemeente zelfbestuur, waargenomen door de schepenen, met aan hun hoofd de meier (later drossaard genoemd). Meier en schepenen werden aangesteld door de heer, op dat ogenblik nog de Berthouts. Niet zelden trouwens was de meier ook de rentmeester van de kasteelheer. Van het begin van de veertiende eeuw tot het einde van de zestiende eeuw behoorden de heren van Humbeek tot de familie Boechout.
Nadien, en dat tot de Franse revolutie, tot de families Van der Mark en Le Cocq. Tijdens de Franse bezetting werden de oude Brabantse costuymen (gebruiken) afgeschaft. Meier en schepenen werden vervangen door mairc en municipale ambtenaars en deze werden niet meer aangesteld door de heer, maar door de Franse regering. Hierdoor verloor de heer zijn wettelijk gezag over de gemeente. Ondertussen kwam de familie de Candele in het bezit van het kasteel en een van hen werd zelf burgemeester - gekozen dan — van Humbeek. De laatste de Candele was gehuwd met Edward Lunden, afstammeling van een oud adellijk geslacht van Duitse oorsprong. Aldus zijn sedert 1880 de barons Lunden de kasteelheren van Humbeek. Een van hen, Leopold, was rond de eeuwwisseling burgemeester, maar sedertdien hebben de kasteelheren zich niet meer ingelaten met het politieke leven te Humbeek. Wat niet wil zeggen dat er een vervreemding zou zijn ontstaan tussen kasteelheren en gemeente. Wel integendeel. Naast deze officiële gebeurtenissen was er het vele lief en leed dat doorgaans wel niet belangrijk genoeg was [...]
Het is een zeer verheugend initiatief van onze heem-kundige kring om Strombeek-Bever te laten herleven in toevallig bewaarde prentkaarten. Het is natuurlijk spijtig dat de gewone prentkaarten slechts sedert ongeveer vijfenzeventig jaar alhier bestaan, maar toch geeft het verzamelde materiaal een goed inzicht over hetgeen onze gemeente was rond de eeuwwisseling en haar evolutie tot vandaag.
Menig bejaarde inwoner zal bij het inzicht ervan met weemoed terugdenken aan de tijd toen het bos van baron Otto de Mentock nog bestond van aan de muur van de kerk tot aan de Mutsaard; het bos met zijn prachtige beukendreven, zijn vijver waar we 's winters nog konden gaan schaatsen; de tijd toen er nog geen auto's waren (de eerste reed in onze gemeente in 1914). Vele zullen op de prentkaarten nog oude familieleden herkennen en de plaats waar eens het ouderlijk huis stond.
Er zijn zoveel herinneringen die terug leven door deze oude prentkaarten. Daarom juichen wij het initiatief van de heemkundige kring van harte toe en het zal waarschijnlijk bij sommige mensen die nog eigen oud archief over onze gemeente bezitten aanleiding geven om het ook eens boven te halen en er medeihwoners van te laten genieten door een tweede uitgave van het prentkaartenboek.
Van onze huidige gemeente zegt men dat het er goed is om leven. Ik denk nochtans dat het hier, zoals het op de prentkaarten werd vereeuwigd, zijn eigen charme had en ik ben ervan overtuigd dat de inwoners van die tijd — met minder weelde — zeker even gelukkig waren als die van nu. Het prentkaartenboek leert ons echter welke enorme weg werd afgelegd op materieel gebied sedert 1900 toen onze gemeente, volledig landelijk, een duizendtal inwoners telde. Vervlogen tijden keren niet terug en wij moeten verder met de moderne tijd, maar het was goed om eens een terugblik te werpen op de jongste vijfenzeventig jaar geschiedenis van onze gemeente, dankzij deze prentkaarten.
Veel dank dus aan de heemkundige kring voor het vele werk dat werd verricht en alle succes met deze uitgave.

rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: