Een mens is van nature een nieuwsgierig wezen en zo hoor ik u bij een eerste doorbladeren van dit werkje reeds mompelen: „Hoe komt hij erbij? ” of „Hoe geraakt hij eraan? ” U een antwoord bezorgen op deze vragen is mede de opzet van deze inleiding. Wat beoogt een inleiding anders dan een gesprek van de auteur met de lezers, waarbij de eerste zijn bedoeling uiteenzet en de lezersvragen op voorhand tracht te beantwoorden.
Van jongsaf heb ik alle documentatie over Leuven en omgeving zorgvuldig opgespaard en bewaard en zo zag ik in dat oude prentkaarten een rijke bron aan beeldmateriaal bevatten, vooral van dat rijke volksleven, dat men meestal in de geschiedenisboeken niet beschreven vindt. Voor enkele járen legden een abonnement op enkele verzamelaarstijdschriften en aansluiting bij twee Leuvense hobbyclubs nationale en plaatselijke contacten voor een intense werf- en ruil-actie. En haast vanzelfsprekend kwam in het kader van genoemde hobbyclubs bij gelegenheid van Leuven-kermis een aantal tentoonstellingen tot stand:
1969 L.H.C. „Excelsior”: Groot Begijnhof, universiteitshalle en -bibliotheek.
1970 L.H.C. „Excelsior”: Langsheen de Naamsestraat, Statiestraat-Bondge-notenlaan.
1971 L.H.C. „Excelsior”: Langsheen de Mechelsestraat, de Grote Markt en Sint-Pieterskerk.
De intense belangstelling van jong en oud op deze tentoonstellingen, en daarbij de vraag van de Europese Bibliotheek om voor hen een publicatie samen te stellen zijn de onmiddellijke aanleiding geweest tot deze uitgave.
De Leuvense historie bondig samenvatten is geen gemakkelijke opdracht, maar wel een noodzaak. De oudste vermelding dateert van 891, toen keizer Arnulf van Karinthië de Noormannen kwam verslaan nabij Lovon. In 1106 wordt de Leuvense graaf hertog van Brabant en onze stad de eerste hoofdplaats van het hertogdom. Omstreeks 1150 wordt de eerste ringmuur rond Leuven gebouwd en de lakennijverheid komt er tot een hoge bloei, temeer daar de hertogen de handelsweg naar het Rijnland veroverden (Woe-ringen 1288). Na de sociale onlusten op het eind van de veertiende eeuw werden vele wevers verbannen en kwam de stad de ondergang nabij. De stichting van de universiteit in 1425 brengt een vernieuwde bloei, die vooral van de vijftiende eeuw voor Leuven een glorie-eeuw maakte; een ganse reeks colleges uit de zestiende en de zeventiende eeuw, meestal nog verfraaid of herbouwd in de achttiende eeuw getuigt van de welvaart van de Alma-Mater. Het graven van het kanaal van Leuven naar de Rupel (1750) en de nieuwe steenwegen bevorderden de handel en de nijverheid, vooral van de bierbrouwerij en de bloem-molens. Het bestuur van Jozef II en de Franse overheersing werden noodlottig voor vele kloosters en tevens voor de hogeschool, maar de Belgische onafhankelijkheid bracht vernieuwde voorspoed met de heropening van de Katholieke Universiteit. In augustus 1914 werd Leuven één van de zwaarst getroffen [...]

rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: