Begin december 1944 had Hitler het schier onmogelijke gepresteerd; uit de legers die in Normandië, Frankrijk, België en aan de toegangswegen naar Duitsland gevochten en verloren hadden, vormde hij een nieuwe legergroep aan het Westelijke Front. Deze strijdmacht moest niet alleen het front verdedigen, maar ook door het zwakste deel van de Amerikaanse sector breken, westwaarts naar de Maas oprukken en Het Kanaal bereiken. De aanval van de Duitse pantsertroepen was de zwaarste die aan het Westelijk Front plaatsvond, en de Duitsers konden alleen maar succes boeken als ze een strak tijdschema voor het bereiken van vitale doelen handhaafden. Deze operatie noemde men later het Ardennenoffensief.
De opmars naar Berlijn begon met een van de zwaarste gevechten aan het Oostfront. De Duitsers vochten voor hun leven, en tegelijk hoopten sommige Duitse militaire en politieke leiders de Russische opmars te kunnen vertragen, opdat de westelijke geallieerden Berlijn eerder zouden bereiken dan de Russen. En zo bond het Rode Leger, dat nog nooit eerder zo’n enorm overwicht in mankracht en materieel had gehad, de strijd aan met de divisies van generaal Heinrici aan de Oder. Toch was het slechts een kwestie van dagen voordat het front bezweek en de Russen erdoorheen stroomden. De strijd verplaatste zich naar de zwaar gehavende straten van Berlijn, waar zich menig grimmig toneel uit de tijd van Stalingrad herhaalde.

rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: