livres. lus. approuvés.
Bienvenue chez Bibliomania, le spécialiste en ligne du livre de seconde main
FR  •  NL
Panier
0
La Centrale des Francs Mineurs / De Centrale der Vrije Mijnwerkers
Broché / 48 pages / édition de 1992
langue(s) : français, néerlandais
éditeur : CCMECL - CCMCC
dimensions : 297 (h) x 210 (l) x 6 (ép) mm
poids : 325 grammes
Cet ouvrage n'est
pas disponible
actuellement sur
Bibliomania
Il est indubitable que l’industrie charbonnière a apporté en Belgique des améliorations considérables dans toutes sortes de domaines. Un accroissement de la fraternité entre les mineurs, provoqué entre autres par la nature même du travail, et en même temps par les conditions de vie misérables, a, au fil des années, constitué un levier pour retourner la situation.

Des améliorations ont été imposées en matière de revenus, de durée du travail, d’allocations sociales et d’équipements, de logement, de formation... On a obtenu la possibilité d’avoir son mot à dire dans la mine et une participation en matière de sécurité, d’hygiène et autres intérêts. La prise de conscience syndicale chez les mineurs a été une des raisons de la percée syndicale en Belgique et dans la plupart des pays d’Europe. L’idée de l’unité européenne trouve aussi, entre autres, son origine dans le fonctionnement correct de nombreux organismes européens pour le développement de la sécurité et de l’hygiène et de l’harmonisation des conditions de travail dans les mines, et dans la création de la C.E.C.A. Ces institutions paritaires européennes sont apparues comme étant d’une signification exceptionnelle tant sur le plan des conditions de travail que sur celui des mesures d’accompagnement dans les difficiles situations de restructurations.

Ces améliorations, ces développements positifs, n’ont été possibles qu’en planifiant, avec persévérance, année après année, pendant pratiquement cent ans, les objectifs à atteindre, et grâce à un travail et un combat de tous les jours. Ce travail, cette action, cette lutte, ont été très fortement portés, dans notre pays, par la « Centrale des Francs Mineurs ». Ses nombreux milliers de militants ont, au cours des années, engagé leur «vie à la mine» pour les autres, pour tout un chacun.

Après plus de cent ans d’histoire minière, la fin de la production charbonnière dans notre pays, provoque en nous des sentiments mitigés :

- un sentiment d’être mis devant le fait accompli, mais aussi de perte de ce qui, pour beaucoup, constituait une part importante de leur existence ;
- un sentiment de fierté pour les nombreuses grandes réalisations sociales obtenues, mais aussi un souci pressant de créer de nouvelles chances pour ceux qui ont besoin de travailler, grâce à la formation et à des emplois de remplacement ;
- en outre, un sentiment d’authentique reconnaissance pour ces nombreux militants et délégués de l’industrie charbonnière qui se sont mis au service de leurs compagnons de travail et de leur syndicat chrétien des mineurs. Ils ont osé la tâche difficile d’être, non pas pendant une période difficile mais en permanence, les défenseurs, les conseillers, les délégués des mineurs, et de le faire en toute honnêteté, avec toute la conscience de la responsabilité que comporte leur mandat.

Aussi dédions-nous ce témoignage de respect à tous les militants et délégués de la C.F.M., des pionniers des débuts aux travailleurs tenaces des années de crise. Ils ont rendu possible le fait que la Centrale des Francs Mineurs ne s’est jamais écartée de son objectif fondamental : la défense des mineurs et de leurs intérêts, et l’amélioration des conditions d’existence des mineurs et de leurs familles.


De steenkolennijverheid heeft in België onbetwistbaar een zeer grote verbetering gebracht op velerlei gebied. Een groeiende verbondenheid onder de mijnwerkers, ondermeer veroorzaakt door de aard van het werk zelf en tevens door de miserabele levensomstandigheden, werd door de járen heen de hefboom om het tij te doen keren.

Verbeteringen werden afgedwongen inzake inkomen, arbeidsduur, sociale uitkeringen en voorzieningen, huisvesting, vorming,... Inspraakmogelijkheid in de mijn en medezeggenschap omtrent veiligheid en gezondheid en andere belangen werden waargemaakt. Het syndicale bewustzijn bij de mijnwerkers was mede reden van de doorbraak der syndicale uitbouw in België en in de meeste Europese landen. Aldus vindt tevens de Europese eenheidsgedachte ondermeer haar oorsprong in de degelijke werking van de vele Europese organen ter ontwikkeling van de veiligheid en de gezondheid en van de harmonisering der arbeidsvoorwaarden in de mijnen en in de oprichting van de E.G.K.S. Zowel op het vlak van de arbeidsvoorwaarden als op het vlak van sociale begeleidingsmaatregelen in de moeilijke hers-truktureringssituaties zijn deze Europese paritaire instellingen van uitzonderlijke betekenis gebleken.

Deze verbeteringen, deze positieve ontwikkelingen waren enkel mogelik door standvastig, jaar najaar, gedurende praktisch honderd jaar de doelstellingen te plannen en dag na dag hieraan te werken, hiervoor te vechten.

Dit werk, deze aktie, deze strijd, werd in ons land zeer sterk gedragen door de «Centrale der Vrije Mijnwerkers». Haar vele duizenden militanten hebben hun «mijn-leven» in de loop der járen ingezet voor de anderen, voor elk-ander.

De beëindiging, na meer dan honderd jaar mijngeschiedenis, van de steenkolenproduktie in ons land bezorgt ons gemengde gevoelens :

- een gevoelen van feitelijke voldongenheid maar ook een gemis aan datgene dat voor zovelen een belangrijk stuk van het leven uitmaakte;
- een gevoelen van fierheid voor de vele grootse verwezenlijkingen maar tevens van dringende zorg voor nieuwe kansen voor wie arbeid behoeft langs scholing en vervangende werkgekegenheid;
- bovenal echter het gevoelen van ware erkentelijkheid voor deze vele militanten en afgevaardigden in de mijnnijverheid die zich ten dienste hebben gesteld van hun medemijn-werkers en van hun christelijke mijnwerkersvakbond. Zij hebben de moeilijke taak aangedurf om, niet gedurende één moeilijke periode maar bestendig, de verdediger, de raadsman, de délégué van de minwerker te zijn en dit te doen in alle eerlijkheid met besef van de verantwoordelijkheid van hun mandaat.

Wij dragen deze huldeblijk dan ook op aan al de militanten en délégué’s van de C.V.M., aan de pioniers van de beginjaren, aan de baanbrekers van de middenjaren, aan de solidaire doorbijters van de crisisjaren.

Zij maakten het mogelijk dat de Centrale der Vrije Mijnwerkers nooit is afgegaan van haar fundamentele doelstelling : de verdedinging van de mijnwerkers en hun belangen en de verbetering van de arbeids- en levensomstandighenden van de mijnwerkers en hun gezin.
rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: