In 1288 is er in de documenten voor het eerst sprake van Olmen. Nicolaus, heer van „Olmele”, schenkt dan de tienden van Olmen aan de abdij van Floreffe ten behoeve van haar godshuis in Postel. De voorgeschiedenis kunnen we slechts gissen. De voorouders van Nicolaus bezaten een leenhof in Olmen. Zoals in andere dorpen gingen deze grondheren zich als kerk-heren gedragen en eigenden zich de kerkelijke goederen toe. Onder druk van het concilie van Lutheranen schonken de grondheren het kerkelijk goed terug aan de geestelijkheid.
Eén van de opvolgers van Nicolaus, Agnes van „Olme”, verkocht het laathof in 1370 aan de familie Oem. Bij de dood van Claes Oem van Boekhoven verdeelde men het leengoed tussen zijn twee kinderen. Tot in 1726 waren er in Olmen twee grote laathoven. Het ene was achtereenvolgens eigendom van de families Van der Aa, Van Boekhoven, Van Grevenbroeck en Van Immerseel. Het tweede behoorde achtereenvolgens toe aan de families Van der Poorthen, Roe-lants, Van der Borght en Van Huldenbergh.
Bestuurlijk hing Olmen tot in 1397 rechtstreeks af van de hertogen van Brabant. In dat jaar ontving Aert van Crayenhem van hertogin Johanna alle rechten over Olmen. Eén van zijn opvolgers, Nicolaus Da-mant, kocht in 1573 het laathof van de familie Van Immerseel op. Christian van Huldenbergh, de heer van het tweede laathof, verwierf in 1726 zowel het eerste laathof als de heerlijke rechten op Olmen. De heren waren slechts zelden zelf in Olmen. Het dorp werd bestuurd door de drossaert, een secretaris, een vorster en door zeven schepenen. Op elk van de voornaamste gehuchten (Gerheide, Gervoort, Heivoort en Ger-meer) koos men ieder jaar een „borgemeester”. Buiten het innen van de belastingen, moest de „borgemeester” ook zoveel mogelijk de oorlogslasten afweren.
Ieder van de vermelde gehuchten bezat ook een schans waarop de bevolking kon vluchten als er troepen naderden. De versterkte toren van de kerk bezat een zelfde verdedigingsfunctie. In de toren bewaarde men ook de belangrijke privilegies, van de heren verkregen, onder meer die van 1487, 1527 en 1556, over het gebruik van vroenten en heiden.
In het begin van de achttiende eeuw, toen de oorlogsdruk verminderde, probeerden de Olmenaren zich te [...]

rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: