In de grijze oudheid bestond een groot deel van ons land uit dichte bossen met eeuwenoude woudreuzen en de golvende bodem zorgde dat de riviertjes door het landschap kronkelden. Hoewel het woud door de dichte begroeiing enige bescherming bood voor reizigers, was het geen pretje om er doorheen te trekken. Overal loerde het gevaar van wilde dieren en struikrovers. Het Zoniënbos was zeker in die tijd een uitstekend gebied om te jagen, zodat de bouw van een jachtkasteel voor de toenmalige eigenaars, de hertogen van Brabant, al snel van start ging. Hertog Hendrik I koos Tervuren in 1190 uit om zich er te vestigen. Het kasteel van Tervuren bestond uit vier torens, die door middelwallen met elkaar waren verbonden. Tervuren aan de Voer bloeide op in de welvaart van de veertiende en vijftiende eeuw, maar het verval diende zich echter [...]
rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: