De oorsprong van de naam VLAANDEREN is tot op heden niet achterhaald.
Volgens jonkheer Custis, werd Vlaanderen eertijds het land van Buck genoemd, anders gezegd het Woud of de Woestijn zonder genade, omdat het door zijn vele bossen een schuilplaats geworden was voor rovers en moordenaars. D'Oudegherst meent dat de naam zou voortkomen van een zekere Flandbert, die de stad Belle zou gebouwd hebben. Een zeer oude kroniek van de Abdij van Oudenburg zegt: Flandrium a flatu et fluctibus ita nuncupatum. Vlaanderen wordt aldus genoemd naar de wind en de baren van de zee, die op verscheidene plaatsen overstroming veroorzaakten. Lesbroussart vindt deze verklaring de meest waarschijnlijke.
Despars, van zijn kant, beweert dat Liederik van Rijsel, of de Buck aan dit land de naam Vlaanderen gegeven heeft in het jaar 631 ; maar volgens de Chronyke van Vlaanderen droeg dit land deze naam veel vroeger, daar Agricolaus, bisschop van Luik, in het jaar 512 als zoon van de bewaarder van Vlaanderen gekend stond.
De uitgestrektheid van dit land is niet altijd even groot geweest. Destijds omvatte Vlaanderen slechts een weinig omvangrijk gebied rond Brugge, Het vormde een afzonderlijk distrikt of pagus, en had niets gemeens met de andere distrikten. Dit blijkt uit een citaat uit het leven van de H. Eligius, waar het distrikt Vlaanderen (Pagus Flandrien-sis) duidelijk onderscheiden wordt van dit van Kortrijk en van Gent. Oudenburg was toen de hoofdstad van de Pagus Flandriensis, want Brugstok (nu Brugge) bestond in die tijd maar uit één of twee herbergen in de omgeving van een kleine houten brug.

rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: