Lu et approuvé...
Bienvenue chez Bibliomania, le spécialiste en ligne du livre de seconde main
FR  •  NL
Panier
0
Een Vlaamse schildersfamilie rond 1600 : Pieter Breughel de Jonge, Jan Brueghel de Oude
par Collectif
Broché / 440 pages / édition de 1998
langue(s) : néerlandais
éditeur : Klaus Ertz
ISBN : 3923641451
EAN : 9783923641451
dimensions : 278 (h) x 245 (l) x 32 (ép) mm
poids : 2110 grammes
DISPONIBLE
très bon état
12,95 EUR
référence : 1013595
Tous les prix incluent la TVA
Wie aandachtig de levensbeschrijving van Pieter Bruegel in Van Manders Schilder-Boeck uit 1604 leest, komt tot de slotsom dat Bruegel reeds in het begin van de 17de eeuw tot een soort mythe was uitgegroeid, maar ook dat Carel Van Mander wellicht nooit een authentieke Bruegel de Oude onder ogen zag.

De faam van Bruegel was reeds vroeg wijdverspreid door de prenten die naar zijn werk gemaakt werden en door het oeuvre van zijn twee zonen: Pieter en Jan. Belangrijk zijn in dat opzicht vooral de vele kopieën die Pieter de Jonge naar het werk van zijn vader heeft gemaakt. Maar als men diens oeuvre vergelijkt met dat van zijn broer, Jan, wordt men getroffen door het grote kwaliteitsverschil. Jan is een raskunstenaar, terwijl het oeuvre van Pieter verwarrend ongelijk in kwaliteit is, maar dan weer beter bekend omdat het thematisch dichter bij dat van de vader aansluit.

Een zinnige verklaring hiervoor is tot op heden niet gevonden, maar zou gezocht kunnen worden in het gegeven dat Pieter de Jonge, als oudste zoon, het gros van zijn vaders schilderswinkel moet hebben geërfd. Dit omvatte, zoals gebruikelijk was, de modellen en ontwerpen van de Kunstenaar en stelde de erfgenaam in staat om er een bloeiende zaak mee op te bouwen. Zijn toekomst was dan ook van in den beginne verzekerd. Hij kon de composities van zijn vader in veelvoud kopiëren voor een florerende kunstmarkt, waarbij het kwantitatieve vaak belangrijker was dan het kwalitatieve.

Gans anders verging het zijn jongere broer, Jan. Hij erfde duidelijk het talent van zijn vader maar zonder het eerstgeboorterecht moest hij zelf zijn carrière opbouwen. Dit voerde hem naar Italië, bracht hem in contact met hofkringen en met Rubens en diens omgeving. Kwaliteit was daarbij wel een noodzaak en dat maakte dat hij zich op een gans eigen wijze ontplooide.

Het overweldigend succes van de ‘Breughel-Brueghel’-tentntoonstelling in Essen en Wenen heeft nog maar eens aangetoond hoezeer de naam Bruegel tot de verbeelding van het publiek spreekt. Reeds in een vroeg stadium was het Koninklijk Museum bij dit project betrokken, niet alleen door het verlenen van enkele belangrijke bruiklenen maar door de overname van de expositie. Het verheugt ons dat dit voor Antwerpen kon geschieden met een op maat gesneden versie van het project. Een belangrijk aspect, dat in Essen en Wenen ontbrak, de grafiek naar het werk van Pieter de Oude, is hier vertegenwoordigd met een selectie van een dertigtal bladen uit het Stedelijk Prentenkabinet van Antwerpen.

Ik ben het Koninklijk Hof bijzonder erkentelijk omdat het aan deze manifestatie de hoge bescherming van onze vorsten heeft willen verlenen.

Een dergelijke tentoonstelling is enkel mogelijk dankzij de genereuze medewerking van de bruikleengevers, zowel privé-verzamelaars als collega’s uit andere musea en instellingen. We danken hen oprecht, alsook de partners uit Essen en Wenen.

Koken kost geld en ofschoon het leeuwenaandeel voor deze manifestatie werd betoelaagd door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap konden bepaalde aspecten van de tentoonstelling pas worden gerealiseerd door de milde tussenkomst van de Generale Bank.

Een bijzondere primeur was het initiatief van de Vrienden van het museum vzw om een vrijwilligersploeg op de been te brengen voor het onthaal van het publiek.

Een tentoonstelling staat of valt bij het concept dat erachter schuilgaat. Ik wil dan ook niet achterblijven om Dr. Klaus Ertz te feliciteren voor zijn eigenzinnige en originele benadering van het onderwerp en het titanenwerk dat hij verricht heeft bij de realisatie van de catalogus.

Mijn collega’s Dr. Francine de Nave van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet te Antwerpen en Dr. Eliane De Wilde van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België ben ik bijzonder erkentelijk voor hun genereuze medewerking aan de Antwerpse editie van de tentoonstelling.

In eigen huis gaat mijn dank naar Dr. Erik Vandamme die het initiatief nam om de tentoonstelling naar Antwerpen te halen en mevrouw Nathalie Monteyne die de complexe taak van tentoonstellingscurator op de schouders nam en tot een goed einde bracht. Mevrouw Els Maréchal en haar ploeg van de educatieve dienst en publiekswerking feliciteer ik van harte voor hun inzet.

Verder dank ik graag de heer Jean-Jacques Stiefenhofer die instond voor de vormgeving van de tentoonstelling. In de algemene beoordeling wordt een tentoonstelling vaak op de eerste plaats getaxeerd op hoe ze oogt.

Voor de degelijke en verzorgde redactie en coördinatie van de Nederlandse en Franse versie van de catalogus konden we eens te meer vertrouwen op Dr. Hans Devisscher.

Ten slotte is een tentoonstelling als deze steeds ook het werk van de gehele museumploeg. Ik ben fier dat het Koninklijk Museum deze ‘Breughel-Brueghel’ heeft mee kunnen realiseren.
rechercher des articles similaires par catégorie
rechercher des articles similaires par thème: